1. Home»
  2. Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten
1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten van de subsidiabele activiteit voor subsidie in aanmerking.
2.In afwijking van het eerste lid zijn loonkosten van de subsidieaanvrager of de leden van het samenwerkingsverband subsidiabel tot het maximum van de overige subsidiabele kosten, niet zijnde loonkosten. (let op, dit is een gewijzigde regel).

3. Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek genoemd in artikel 10, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant toe en hanteert daarbij het in artikel 13, eerste lid, van die regeling, genoemde tarief van € 50.
4. In afwijking van het derde lid bedraagt het tarief voor kennisinstellingen €125.
5. In afwijking van het eerste lid zijn kosten derden, als bedoeld in artikel 3 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant, subsidiabel tot een maximum van € 125 per uur.


Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. kosten die meer dan drie maanden voor aanvraag van de subsidie zijn gemaakt;
b. kosten met betrekking tot de reguliere bedrijfsvoering van de subsidieaanvrager, de leden van het samenwerkingsverband of de samenwerkingspartners, met uitzondering van de loonkosten, bedoeld in
artikel 1.7, tweede lid;
c. loonkosten van publiekrechtelijke rechtspersonen;
d. kosten die uitsluitend communicatie betreffen en waarbij communicatie het hoofddoel van het project betreft;
e. kosten voor fysieke infrastructuur;
f. kosten voor inventaris;
g. kosten voor huisvesting, met uitzondering van huisvestingskosten die specifiek en onlosmakelijk zijn verbonden met het project.